door Brede Kristensen
Als een minister door het parlement wordt weggestuurd, volgt zelden een kabinetscrisis. Als de premier wordt weggestuurd is er een crisis. Waarom? Omdat de ministersploeg uit solidariteit met de premier meestal opstapt. De facto is dan de regering gevallen. Verder omdat de premier de eind- en hoofdverantwoordelijkheid draagt. Dus als die in de ogen van het parlement niet deugt, dan zal er iets niet deugen met het regeringsbeleid. Behalve wanneer de premier op puur persoonlijke wijze ergens in de fout is gegaan.
Daarvan lijkt geen sprake. Maar we weten dat niet zeker. Ook in de nogal persoonlijke kwestie van de gevolmachtigde minister in Den Haag ging het om een regeringskwestie. De ministers steunden de premier. Dat de nu onthoofde regering aanblijft is vreemd en, erger, bevreemdend.
Laten we de situatie even los van Forti-gebeurtenissen bekijken. Stel een coalitiepartij besluit dat een premier, meneer A, moet opstappen. Stel meneer A legt zich netjes bij dat besluit neer en vertrekt. Stel dat dezelfde coalitiepartij meneer B vraagt premier te worden met beleidsombuiging X als opdracht. Dan mogen we aannemen dat een verstandige meneer B dat verzoek in overweging neemt en vervolgens voorstelt dat hij zijn mogelijke premierschap eerst met de coalitiepartijen in het parlement bespreekt. Immers, er zal iets moeten veranderen in het regeringsbeleid, anders loopt hij het risico dat ook hij in de kortst mogelijke tijd moet vertrekken.
Hij gaat dus onderzoeken of hij voor beleidsombuiging X steun heeft in het parlement. Daarna zal hij willen uitzoeken of de bestaande ministersploeg het met hem ziet zitten. Pas daarna zal hij een besluit nemen. Wat doet hij dus?
Inderdaad, hij is bezig met een formatieproces. Normaal gesproken zorgt het staatshoofd ervoor dat een degelijk formatieproces wordt doorlopen om een vroegtijdige volgende regeringscrisis te vermijden. Bestuurlijke instabiliteit moet worden voorkomen.
Nu Curaçao. Een formeel formatieproces is er niet geweest. De gouverneur is erbuiten gebleven. Kan het zijn dat meneer B, ik bedoel dus meneer Ben Whiteman, spontaan ‘ja’ gezegd heeft tegen het verzoek van zijn partij?
Vermoedelijk niet. Ik hoop van niet. Want als dat het geval is dan zouden de andere partijen de beleidsvoorstellen met gesloten ogen hebben geslikt. Zo suf zullen ze niet zijn. Laten we aannemen dat er een ‘formatieproces’ is geweest, informeel, in de achterkamertjes van de Staten, aan het oog van het publiek onttrokken.
Ongetwijfeld zullen de coalitiepartners hun redenen hebben gehad om in te stemmen en ze zullen vinden dat die redenen van dwingende aard waren. Misschien zelfs in het landsbelang.
Nu rijst de vraag of men in zulke situaties vanwege een vermeend landsbelang de democratische principes mag negeren. In zeer uitzonderlijke gevallen wellicht. Gelden die hier? We zien dat in vrijwel alle democratische landen een diepe kloof gaapt tussen burger en openbaar bestuur en dat het vertrouwen van burgers in politici en bestuurders minimaal is. Curaçao niet uitgezonderd.
Daarom is het van eminent belang te waken voor transparantie en democratie. Dus geen achterkamertjespolitiek. Op deze wijze wordt de burger klein en onwetend gehouden. De burger wil weten. Terecht. Nu blijft het gissen.
Toen de nieuwe premier op een persconferentie werd gevraagd waarom zijn voorganger moest vertrekken, gaf hij daar doodleuk geen antwoord op. Het gaat niet om een bijzaak. Het gaat om een hoofdzaak: het hoofd van de regering, in dienst van de burger moest weg. De burger wil terecht opheldering. Het openbare bestuur draait om de burger!
Als die opheldering niet komt, dan zijn de burger en de democratie de grote verliezers deze week. Zonder transparantie komt er weinig of niets van democratie terecht. Maar… het kan ook zijn dat alles bliksemsnel is gegaan en er helemaal geen informeel formatieproces heeft plaatsgevonden. Dan zijn niet alleen de regels van transparantie met voeten getreden, maar is ook een recept voor instabiliteit gebruikt. Nog erger dus.
En de gouverneur? Natuurlijk had die op aanwijzing van de Staten de regie van de ‘formatie’ op zich moeten nemen. De coalitie heeft voor een andere route gekozen. De gouverneur kan hierover in het openbaar niets zeggen.
Maar de gouverneur kan in de achterkamertjes harde noten kraken. Hopelijk gebeurt dat.
Brede Kristensen is socioloog/ politicoloog en tevens werkzaam als recensent voor Ñapa.
via Chebli Mohamed



0 commentaires:
Enregistrer un commentaire